Aan de door de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie (NPO) gehouden enquête namen 606 duivenhouders deel; volgens de bron steunt 80,7% van de deelnemers het opzetten van een programma binnen een nationaal kader. Deze steun wordt gezien als een voorkeur voor een regeling binnen nationale grenzen in plaats van een volledig gecentraliseerd programma.
Respondenten vragen om flexibiliteit voor regionale verschillen; met name afstanden, vluchtlijnen en lokale omstandigheden moeten worden meegewogen. Men gaf vaak aan dat regionale aanpassingen de uitvoerbaarheid van de regeling zullen vergroten.
Tegelijkertijd gaven deelnemers aan dat nationale spelregels belangrijk zijn voor het behoud van eerlijke concurrentie en vergelijkbaarheid. Veel duivenhouders zeiden dat het handhaven van standaarden oneerlijke voordelen voorkomt.
In de enquête kwamen ook onderwerpen als verliezen onder jonge duiven, de afdelings- en abonnementsomvang en de positie van kleine liefhebbers vaak aan de orde. Deze thema's kwamen naar voren als prioritaire kwesties bij het ontwerpen van regionale toepassingen.
Een gedetailleerde samenvatting en de belangrijkste bevindingen staan in het door de NPO gepubliceerde rapport; volgens de bron is de volledige uitkomst via de site beschikbaar.